Feest der Poëzie

Waarom? (Samenvatting van het Manifest)
Veel mensen zijn van mening dat poëzie een elitaire kunstvorm is, moeilijk, oninteressant en saai. Sinds lang is de opvatting dat men poëzie moet lezen en niet voordragen; de poëzie is echter ooit ontstaan in mondelinge vorm, waarbij improvisatie en voordracht een grote rol speelden. Deze vorm van dichtkunst betrekt het publiek meer bij het gedicht en de kunstenaar, is persoonlijker en toegankelijker.
Gepaard met het voordragen van poëzie gingen een zeker ritme en een aangenaam klinkende overeenstemming van klanken; metrum en rijm, twee pijlers van de vormvaste dichtkunst zoals die tot ver in de twintigste eeuw gebruikelijk was.
De vormvaste dichtkunst zowel als de voordrachtskunst worden in het moderne culturele discours ondergewaardeerd. In zoverre als zij nog gewaardeerd worden, is het in de vorm van light verse, of als sentimentele rest van een vergane tijd, die wel aardig is om minzaam lachend en met relativerend hoofdschudden te beschouwen. Dit is stuitend, het betekent de ondergang van een traditie die sinds mensenheugenis heeft bestaan, een universeel menselijk idee.
Waar poëzie vroeger leefde onder de mensen is zij nu met de dichters opgesloten in een ivoren toren. Dit komt doordat poëzie zich niet meer laat horen, de muziek die rijm en metrum erin brachten verloren is gegaan, en doordat dichten een filosofisch spel op zeer theoretisch niveau voor een select publiek is geworden. Dit betekent niet dat de dichtkunst zich moet profileren op het vlak van het banale en het gemakkelijke; het ideale gedicht is zowel begrijpelijk als verheven, vorm en inhoud kloppen immers met elkaar, en blijft zowel staan op papier als op het podium.
De vormvaste poëzie en de voordrachtskunst hebben een stem nodig om te laten horen, dat zij nog levenslustig zijn en mensen aan kunnen spreken. Dit podium wil deze stem vormen.
Terug
© 2008 Stichting Feest der Poëzie